warning icon
YOUR BROWSER IS OUT OF DATE!

This website uses the latest web technologies so it requires an up-to-date, fast browser!
Please try Firefox or Chrome!

 De federale wetgever heeft bij wet d.d. 31 mei 2017 (B.S. 9 juni 2017) een verzekeringsplicht van de 10-jarige burgerlijke aansprakelijkheid voorzien voor aannemers, architecten en andere dienstverleners in de bouwsector.

 Tot op heden waren enkel veiligheidscoördinatoren en architecten verplicht om een aansprakelijkheidsverzekering aan te gaan.

 Dit zorgde voor discriminatie vermits tot voor de wet van 21 mei 2017 aannemers niet verplicht waren om hun aansprakelijkheid te verzekeren.

 De wetgever is tegemoet aangekomen aan deze discriminatie, zij het wel dat de verplichte verzekering een relatief beperkte draagwijdte heeft.

 De verzekeringsplicht geldt ten aanzien van aannemers, architecten en  andere dienstverleners in de bouwsector andere dan bouwpromotoren die in volledige onafhankelijkheid immateriële prestaties verrichten voor rekening van een derde en hierbij rechtstreeks of onrechtstreeks een vergoeding ontvangen.  Een voorbeeld van deze laatste categorie zou een studiebureau kunnen zijn.

 Het toepassingsgebied van de nieuwe wet is zoals gezegd eerder beperkt. De verzekeringsverplichting geldt immers enkel maar voor woningen, d.w.z. gebouwen hoofdzakelijk bestemd voor bewoning door een gezin of een alleenstaande.  Industriële gebouwen, kantoren, overheidsgebouwen en handelspanden vallen bijgevolg buiten het toepassingsgebied van deze wet. 

De verplichte verzekering dekt de burgerlijke aansprakelijkheid zoals bedoeld in artikel 1792 en 2270 B.W. , doch is beperkt tot de soliditeit , stabiliteit ….. Inbreuken begaan door de aannemer, de andere dienstverlener in de bouwsector of de architect op de bepalingen van deze wet worden gesanctioneerd met een strafrechtelijke geldboete van € 26,00 tot € 10.000,00 (vermenigvuldigen met 8).

 Andere aansprakelijkheden in hoofde van de aannemer, zoals deze voor lichte verborgen gebreken die bijgevolg de stabiliteit en de stevigheid van het gebouw niet in gedrang brengen, vallen bijgevolg buiten het toepassingsgebied van de verplichte aansprakelijkheidsverzekering.

 Worden eveneens uitgesloten:

 1°        De schade ingevolge radioactiviteit;

2°        De schade voortvloeiend uit lichamelijke letsels ingevolge blootstelling aan wettelijk verboden producten;

3°        De schade van esthetische aard;

4°        De zuivere immateriële schade;

5°        De zichtbare schade of schade die door de verzekerde is gekend op het moment van de voorlopige oplevering of die rechtstreeks volgt uit fouten, gebreken of wanprestaties door hem gekend op het moment van voormelde oplevering;

6°        De schade ingevolge niet-accidentele pollutie;

7°        De meerkosten voortvloeiende uit de wijzigingen en/of verbeteringen aan de woning na schadegeval;

8°        De materiële en immateriële schade lager dan € 2.500,00 (indexeerbaar aan de ABEX-index).

 Uiteraard zijn de uitsluitingen zoals bepaald in de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen eveneens van toepassing.

 De dekking van de aansprakelijkheid in de verzekeringsovereenkomst mag niet lager zijn dan € 500.000,00 in geval de waarde van de wederopbouw van het gebouw bestemd voor bewoning € 500.000,00 overstijgt. Indien de waarde van de wederopbouw van de woning van het gebouw bestemd voor bewoning minder bedraagt dan € 500.000,00 mag de dekking niet lager zijn dan de waarde van de wederopbouw.

 Deze verplichte aansprakelijkheidspolis kan onderschreven worden ofwel onder de vorm van een jaarpolis, ofwel onder de vorm van een polis per project. Deze verzekeringen kunnen deel uitmaken van een globale verzekering onderschreven voor rekening van alle verzekeringsplichtigen die op een bepaalde werf moeten optreden.  In geval van globale verzekering zijn alle betrokkenen die gedekt worden door deze globale verzekering vrijgesteld van een individuele verzekering voor het project.

 Vermits het gaat om een verplichte verzekering heeft de wetgever eveneens in controle voorzien. Alvorens enig onroerend werk aan te vatten, dienen de aannemers en de andere dienstverleners in de bouwsector een verzekeringsattest te overhandigen aan de bouwheer, de architect en aan de RSZ.  Wanneer het onroerend werk gefinancierd wordt d.m.v. een kredietovereenkomst dient de kredietgever na te gaan of de architecten, de aannemers en andere dienstverleners in de bouwsector op de betrokken werf voldaan hebben aan hun verzekeringsplicht.  Zulks impliceert dat de bouwheer de verzekeringsattesten dient te overhandigen aan de kredietgever. 

 Bovendien zijn de politieambtenaren van de lokale en federale politie bevoegd om toezicht te houden op de toepassing van de wet en bijgevolg gerechtigd om het verzekeringsattest op te vragen.

 Inbreuken begaan door de aannemer, de andere dienstverlener in de bouwsector of de architect op de bepalingen van deze wet worden gesanctioneerd met een strafrechtelijke geldboete van € 26,00 tot € 10.000,00 (vermenigvuldigen met 8).

 Tot slot voorziet de wet dat in geval van overdracht van de zakelijke rechten voor afloop van de periode van dekking van de 10-jarige burgerlijke aansprakelijkheid de instrumenterende notaris zich ervan vergewist dat de titularis van het zakelijk recht het verzekeringsattest overhandigt aan de verkrijger.

 Deze nieuwe wet treedt in werking op 1 juli 2018.

 Als besluit mag gesteld worden dat de verplichte verzekering op zich goed bedoeld is maar dat het voorwerp van de verplichte verzekering te beperkt is om consumenten tegen (ver)bouwperikelen op een afdoende en volledige wijze te beschermen.

  

Didier DHAENENS

Advocaat-vennoot bij

DHAENENS & VERMEULEN ADVOCATEN

te Antwerpen

 

loading
×